|
|
 |
| Recensies |
| |
|
'Diepgang' |
| Leeuwarder
Courant | 10-04-2009 |
 |
| |
| RTV
Amstelveen | 02-04-2009 |
|
 |
Radioverslag van het
optreden in
Koninklijke Schouwburg
Amstelveen
|
|
| |
De
Noordoostpolder, dinsdag 3 maart 2009
SOMS TÉ FLAUW, MAAR TOCH LEUK |
Vanaf het
eerste moment is duidelijk dat de mensen Ernesto & Marcellino en
Wilfried Finkers succes gunnen. De zaal van theater ’t Voorhuys zit
vrijdagavond bomvol en vanaf minuut één heeft het trio de lachers op z’n
hand. Nu is de start ook prima. In Emmeloord opmerkingen maken over Urk
gaat er altijd in. En de conclusie dat Emmeloord zonder al die hulp van
boven wel twee ziekenhuizen nodig moet hebben maakt het sterk af.
Ernesto is vooral de man die praat. Marcellino is meestal zijn sullige
sidekick en Wilfried Finkers (broer van) komt hier en daar opdagen voor
een droge opmerking en een korte conference. Het is kolderiek, er zijn
wat persiflages, er is hier en daar een mooi, maar immer in de war
geschopt, liedje en er is volop interactie met het publiek. Soms is het
te flauw voor woorden. Wat te denken van een zinsnede als: “Niet verder
vertellen hoor. Ik ben incontinent maar ik wil niet dat het uitlekt”.
Maar hoe flauw het ook is, de klik tussen de drie en het publiek is er
volop.
Ondanks het niet al te hoge tempo en de voorspelbaarheid van sommige
grappen, bieden de drie simpelweg een heerlijke avond. Met fantastische
droge humor maar vooral door wie ze zijn trekt het trio de zaal volledig
mee. Het publiek geniet en ontvangt Ernesto & Marcellino letterlijk met
open armen tijdens het afsluitende crowdsurfen. Met de titel van het
programma, ‘Diepgang’, heeft het ondertussen allemaal niets te maken.
Gelukkig maar
Gitta Montanus |
| |
| 'Wat hebben wij het
dan goed hè' |
Meppeler
Courant | 06-10-2008
Meesterlijke humor met Ernesto &
Marcellino met Wilfried Finkers
Schouwburg Ogterop, vrijdagavond. Cabaret, Ernesto & Marcellino met
Wilfried Finkers. Programma: ‘Wat hebben wij het dan goed hè’.
Publiek 275. |
Wie een
avondje lekker en vaak wil lachen zit goed in de zaal bij
Ernesto & Marcellino en Wilfried Finkers. Met Marcellino als
schlemiel en Ernesto als de arrogante performer die er z’n hand niet
voor omdraait z’n collega op zijn tekortkomingen te wijzen, hebben
de twee de juiste balans gevonden. De rol van sukkel is Marcellino op
het lijf geschreven. Een komisch personage op zich. Alleen zijn
verschijning op het toneel al werkt enorm op de lachspieren. Net een
te korte broek, wat lullig ineen gezakt en een onnozele blik achter
een bijpassende bril. Hij mag de show openen, maar weet niet hoe dat
moet. Heeft ‘ie nog nooit gedaan. Aan zijn mop komt hij niet toe,
want daar is al betweter Ernesto. Met een plaatselijk grap over de 80
meter lange gracht met fietsbrug maak je bij Meppel natuurlijk direct
een goede beurt. Vervolgens gunt hij Marcellino nog even de eer met
die mop die was blijven liggen. Dat is echter alleen een actie om de
malloot zijn allerlaatste stukje zelfverzekerdheid te ontnemen. Ze
hebben in vorige programma’s (‘Wat hebben wij het dan goed hè’ is hun
zesde) weleens geprobeerd deze rollen om te draaien, maar dat pikte
het publiek niet. Waarom moeilijk doen als het van nature makkelijk
kan?
Wat het publiek wel pikt is de toevoeging van Wilfried Finkers. Wat
een leuk duo is dit en wat een geweldig trio wordt dit met Wilfried
Finkers erbij. Nadat broer Herman ziek werd en van het toneel
verdween, verdween ook Wilfried Finkers uit het zicht van het
cabaretpubliek. Hem restte een rol bij de techniek in de schouwburg
van Hengelo. Toen hij in zijn schouwburg een voorstelling van Ernesto
& Marcellino zag, ging het kriebelen en trok hij de stoute schoenen
aan. Hij wilde bij het duo horen, liet hij onbescheiden weten, en
het op elkaar ingespeelde tweetal sloot hem in de armen. Daar is het
cabaretduo alleen maar beter van geworden. Met zijn droge Twentse
humor, waarmee hij ook al een voortreffelijke rol in de
voorstellingen van Herman Finkers speelde, is hij ook bij Ernesto &
Marcellino op z’n best. Zijn diaserie over het menstruatiefeestje
van zijn dochter is met zijn commentaar erbij subliem. Hiermee is hij
minder op de achtergrond dan voorheen maar laat hij zien ook solo
hele scènes voor zijn rekening te kunnen nemen.
Ernesto beleeft zijn hoogtepunt met een reeks imitaties van
collega-cabaretiers. Hij laat zien wat onder andere Wim Sonneveld,
Youp van ‘t Hek en Herman van Veen hadden gedaan met thema ‘paard op
de gang’. Zijn imitatie van Toon Hermans spant werkelijk de kroon.
Nauwelijks van de echte Toon te onderscheiden. Delft Marcellino als
loser dan altijd het onderspit? Nee, hij blijkt door zijn sneue rol
zo op handen te worden gedragen door het publiek dat hij het
wedstrijdje crowdsurfen glansrijk wint.
De drie komédianten zijn met hun sketches een lust om naar te kijken
en te luisteren. Cabaretliefhebbers wordt aangeraden de speellijst
van Ernesto & Marcellino met Wilfried Finkers nauwlettend in de gaten
te houden.

Ernesto pakt letterlijk een man op de eerste rij. (Foto: Gerrit Boer)
|
| |
De
Zuid-Friesland | 01-02-2008
krant van Lemsterland en het noorden van de Noordoostpolder |
Ernesto,
Marcellino & Finkers
Cabaret
Vrijdag 1 februari
De Hege Fonnen
LEMMER – Met het cabarettrio Ernesto, Marcellino en Finkers heeft de
Hege Fonnen een avondje topentertainment binnengehaald. Het cabaretduo
Ernesto & Marcellino wordt sinds enkele jaren versterkt met Wilfried
Finkers. Jawel, de broer van …, die in de shows van zijn bekende broer
ondersteunde als tekstschrijver, belichter en levend decor. De droge
Tukkerse humor bekend van Finkers is dan ook onmiskenbaar terug te horen
in deze productie, zoals ‘Omdat achteraf alles leuker lijkt, zijn ze
maar achteraf gaan wonen.’
Binnen enkele minuten is performer Ernesto, met het lokale nieuws van de
afgelopen week, helemaal thuis in Lemmer. Hij bedankt Lemmer voor de
warme ontvangst en het persoonlijke briefje. ,,We zijn weer helemaal
legionellavrij. Ik heb er geen bezwaar tegen, als jullie het als eerste
willen testen.’’ Ook de nieuwe burgemeester komt aan de orde. ,,Die D66
burgemeester Jo Bosma heeft natuurlijk al die jaren hier kunnen zitten,
omdat de idealen van zijn partij niet zijn uitgekomen’’, zo gaat een
kwinkslag naar de gekozen burgemeester. Die zit. Toch moet het even op
gang komen. Pas als twee dames uit het publiek als ‘hulpje’ voor de show
in de schijnwerpers en voor schut gezet zijn, is de show helemaal op
gang.
De sullige Marcellino staat op het punt zijn eerste mop te vertellen,
als de zelfverzekerde Ernesto hem onderbreekt. Als Marcellino vijf
minuten later dan eindelijk de ruimte krijgt voor zijn mop, wordt hij
keer op keer bekritiseerd totdat zijn mop doodbloedt in ,,Er komt
niemand nergens.’’ Marcellino delft het onderspit. Deze haat-liefde
verhouding speelt door de hele show. Ernesto is de flamboyante
performer, die presenteert, sterke persiflages neerzet en zingt.
Marcellino is de malloot in de show die naast de overheersende, soms
serieuze Ernesto met het publiek verrast met leuke vondsten. Finkers
vult het duo met spitsvondige visuele grappen aan. Zo ronden Marcellino
en Finkers de eerste helft af met een hilarisch visueel onderdeel
martelplaats.nl, een toppunt van de show.
Het thema ‘een paard op de gang’ speelt Ernesto uit in een tiental
ijzersterke persiflages. Hoe doen andere grote Nederlanders dat nou? Wim
Zonneveld, Youp van het Hek, Herman van Veen passeren levensecht de
revue. Natuurlijk verwacht het publiek in deze rij BN’ers ook Herman
Finkers. Die komt niet. Als Ernesto het veld ruimt roept hij Finkers.
Doe jij ook eens even wat. Wat dan? Improviseer maar even wat. Hoe dan?
Aa, doe dan maar een typetje! Met een pruik en een snorretje loopt hij
wat sullig het podium op. Vijf tellen staat daar levensecht Herman
Finkers. Droog komisch is hiermee het onderwerp van de beroemde broer
afgedaan. ÜFinkers is de man van de visuele grappen. Komische dia’s van
thuis in het dorp en het menstruatiefeestje van zijn dochter die hij
humoristisch becommentarieert. Een volwaardige aanvulling voor het duo
Ernesto & Marcellino.
Bij het onderdeel erotische gedichten pakt Marcellino, Ernesto terug.
Marcellino de onderdog heeft de sympathie van het publiek. Niemand zal
het verwonderen, als het publiek staat te juichen als Marcellino het
crowd surfen over de tribune wint. Het Lemster publiek beloont de
theatershow ‘Wat hebben wij het toch goed hè’ na een avondje lachen, dan
ook met een staande ovatie. De komische woordspelingen die elkaar in rap
tempo op volgen, en de massa grappen en vondsten in de show zijn niet na
te vertellen. Je moet het gezien hebben. Het is zonder meer de moeite
waard.
Ursi Frehner |
| |
| Leeuwarder
Courant | 20-04-2007 |
 |
| |
| Het Kanton
| 11-04-2007 |
 |
| |
| De Stentor
| 10-02-2007 |
 |
| |
| 'Ga d'r zelf maar eens staan' |
Ernesto en Marcellino met Ga d'r
zelf maar eens staan.
Theater 't Voorhuys, Emmeloord
Zaterdag 14 januari 2006
Vraag een doorsnee Talpa kijker of ze wel eens van Ernesto en Marcellino
gehoord heeft en de kans is groot dat hij of zij je met glazige ogen
aankijkt. Nee bekend van tv zijn deze heren niet, maar toch zijn ze al
twaalf jaar zeer actief in talrijke theaters in Nederland.
Wie de eerste keer nog schoorvoetend bij de voorstelling van deze
komieken naar binnenstapte is aan het eind van de show meestal
verkocht., vertelt het door aan familie en vrienden en zie daar. De
volgende keer dat Ernesto en Marcellino in een theater in de buurt
optreden zit de zaal tot aan de laatste stoel aan toe gevuld. Zo ook
afgelopen zaterdag in Emmeloord. De kracht van deze heren zit vooral in
het herkenbare van alledag aangedikt met een flinke saus absurditeit.
Een aantal bezoekers op de eerste rij wordt constant in de show
opgenomen, maar is niet op een schofferende manier slachtoffer.
Zeker als je ziet wat Marcellino moet doorstaan in zijn rol als domme
clown op het podium. Een klysmabadje of vele minuten met zijn hoofd
onder water in een tot de rand gevuld aquarium. Niets lijkt te dol om
het publiek ongeremd te laten lachen.
Ernesto blinkt op zijn beurt uit in zijn imitatieact, waarbij hij in de
rol van interviewer Martin Simek tal van gasten de revue laat passeren.
Hierin maakt het ogenschijnlijk niet uit of deze gasten zich nog onder
de levende wereldburgers bevinden. Ook de liedjes die Ernesto ten gehore
brengt klinken als een klok, ook al worden die kwaliteiten telkens
ondergesneeuwd door de komische gebeurtenissen die elders op het podium
plaats vinden. Tussen de acts van Ernesto en Marcellino door slalomt
Wilfried Finkers. Meestal in een bijrol als extra aangever in een
programmaonderdeel, maar “ de broer van” mag tijdens de voorstelling ook
eenmaal een solo schitteren in een act als pianist waarbij de
absurditeit hoogtij viert. Een kaars met een stekker, een microfoon als
spotlight of een trompet als piano. Kortom , typisch Finkers humor. En
alsof dat alles nog niet genoeg is worden tijdens de voorstelling meteen
maar even wat nostalgische kinderdromen om zeep geholpen tijdens een
imitatieact waarbij Kermit de Kikker en Grover uit Sesamstraat elkaar
verbaal flink onder handen nemen en een meesterlijk schaduwspel waarin
Jip en Janneke kennis maken met een heuse integratieneger. Wie echter
bij Ernesto en Marcellino verwacht diepgravende het wereldleed
voorgeschoteld te krijgen zit in de verkeerde theaterstoel. Een avondje
met deze heren is vooral ongecompliceerd lachen om dingen die je vandaag
de dag veel te weinig op de Nederlandse podia ziet.
Alleen daarom is er voldoende reden om familie en vrienden te attenderen
wanneer deze komieken met hun show opnieuw in de buurt optreden, zodat
ook zij vanaf dan deel uitmaken van het humoristische geheim van de
Nederlandse theaters: Ernesto en Marcellino
Noordoostpolder van 17 januari 2006 |
| |
Meppel, Schouwburg Ogterop:
Cabaret: Ernesto en Marcelino (Ernést
Beuving, Marcellino Bogers en Wilfried Finkers) met 'Ga er zelf maar
eens staan.' Gezien: maandag, 20.00 uur. Publiek: uitverkocht.
Bert Jansen
Een bijzonder a-modieus orgelmuziekje bij aanvang en in de pauze doet
het ergste vermoeden over het niveau van de avond. Dit wordt geen
programma vol vernieuwend cabaret met een richtinggevende boodschap. Het
muziekje zegt ons: Het gaat vanavond helemaal nergens over. Het
voorgevoel is juist. Achteraf stellen we ook vast dat er dit seizoen
waarschijnlijk nog niet zo veel en ongecompliceerd gelachen is in
Schouwburg Ogterop als tijdens de nieuwe voorstelling van Ernesto en
Marcelino.
Marcelino is en blijft de ultieme loser, totaal weerloos tegen de
uitbarstingen en steken onder water van de gevatte alleskun-ner Ernesto.
'Ga er zelf maar eens staan' is het tweede programma waarin Wilfried
Finkers zijn diensten aanbiedt. De rol van de Broer Van., is net als
voorheen in Herman's shows, achter de schermen en in de voorbereidingen
vele malen groter dan de voorbijrennende schlemiel op het podium doet
vermoeden.
Ook voor Ernesto en Marcelino schreef Finkers veertig procent van de
sketches. De visuele grappen, het verhaspelen van uitdrukkingen, de
woordspelingen en de verrassend domme pointes komen onmiskenbaar uit de
mouw van Wilfried.
Marcelino oefent zijn EHBO-vaardigheden op het publiek, neemt plaats in
een klismabad, steekt zijn hoofd in een baarmoedervervanger en
declameert erotische gedichten op bepaald onerotische wijze. Ernesto
brengt ondertussen onnozele, maar voortreffelijk gezongen en opgebouwde
liedjes ten gehore. Jacques Brel en Boudewijn de Groot klinken haast
achteloos in zijn stem door. Niet zo verwonderlijk, want Ernesto blijkt
als imitator één van de best bewaarde theatergeheimen van Nederland te
zijn.
In niet meer dan tien minuten tovert hij in 'Martin Simek interviewt...'
op weergaloze wijze een dozijn Bekende Nederlanders op het podium.
Cruyff, Prins Bernhard en Willem Oltmans komen voorbij. Het is niet eens
alleen de verrassend buigzame stem van Ernesto, maar ook zijn
vindingrijkheid die het publiek van het lachen naar het brullen brengt.
Eén handstoffer schuin aan de haargrens: Balkenende. Twee boven de ogen:
'Roet Loebers'. Twee langs de wangen: Chriet Titulaer. Nauwelijks
bekomen van deze trefzekere imitaties, belanden we in een hilarische
aflevering van Sesamstraat met Grovert en Kerrnit en later in een
ontspoord schimmenspel van Jip en Janneke.
De humor van Marcelino en Ernesto ligt vaak voor de hand en is zonder
uitzondering tweedimensionaal. Het mist iedere diepgang of ontroering.
Met de onderbroekenlol zou een andere cabaretier al lang gekielhaald
zijn door pers en publiek, maar Ernesto en Marcelino komen ermee weg.
Sterker nog: het is hun grote kracht. Vakmanschap verliest het bij
Marcelino en Ernesto namelijk nooit van effectbejag, eenvoud ontaardt
nooit in gemakzucht, hun droge humor is zelden flauw, absurde acts nooit
onnavolgbaar én aan de satire ontbreekt niet de zelfspot. Dat alles
maakt het duo zo onweerstaanbaar sympathiek en hun show een groot genot
en een regelrechte aanslag op de lachspieren.
Dedemsvaartse Courant, 23 november 2005 |
| |
Voorstelling 'Ga d'r zelf maar eens
staan' door Ernesto en Marcellino
Plaats. Harmonie, Leeuwarden
Belangstelling- uitverkocht
Friesch Dagblad, 22 april 2005
Wiggele Wouda
In het cabaretwereldje, of liever gezegd in het
podiumamusements-wereldje van Nederland, zijn ze bijna niet meer weg te
denken en worden ze populairder per seizoen: Ernest Beuving en
Marcellino Bogers. Maar ze staan sinds 1993 beter bekend als het duo
Ernesto en Marcellino, waarbij de laatste het typetjes van de domme
August vertolkt en Ernesto die van de ietwat slimmere Arlequmo. En hun
humor valt dan ook onder de categorie „niets om het lijf".
Daar is hun jongste programma Ga d'r zelf maar eens staan weer een
glorieus voorbeeld van. Het is een programma van ongecompliceerde humor
die vol zit met spiegelende vanzelfsprekendheden en voor de
voetliggende, o nee, voor de handliggende woordgrappen die dan weer
letterlijk in hun betekenissen worden omgedraaid. Eigenlijk dacht je dat
dit soort cabareteske variété - want daartoe neigt het absoluut - niet
meer zou bestaan. Maar met de John Woodhousemuziek op de achtergrond en
de korte scènes waarin de voorstelling is ingedeeld, word je
gelogenstraft. Het bestaat dus nog steeds en gek genoeg: er is een grote
behoefte aan dit soort laat-me-lekker-lachen humor, want de zalen zitten
ondertussen vol bij de heren.
Respect
Wat zeker opvalt is dat je bij hun shows je niet mateloos ergert aan
deze vorm van humor. Ze brengen het op een overdreven en transparante
manier die respect afdwingt, terwijl je bij anderen snel de Uitgang
probeert te bereiken als de onderbroekenhumor een centrale rol inneemt.
Ernesto en Marcellino weten in hun optredens een soort sympathie op te
wekken die deze vorm van humor op zijn manier ontvankelijk maakt.
Ernesto, een zeer getalenteerde komiek met de onnozelheid van een Mr.
Bean en een onderkoelde vrolijkheid van Tommy Cooper, is daarbij een
voortreffelijke imitator en gangmaker. Zijn entree is al een succes, om
maar te zwijgen over zijn 'rol' van de Biostabielverkoper, Hulzebos of
de zanger (een talent dat hij overigens bijzonder goed kan). Marcellino
is meer de clown en het lopende bewijs van nijpend „vruchtwatergebrek".
Daar tussendoor huppelt Wilf ried Finkers rond, die omdat zijn broer zo
ziek is, bij dit duo het juiste niveau heeft gevonden die hij wat humor
voorheen bij zijn broer vond.
Soms balanceert het duo aan de rand van het geaccepteerde. Een Jip en
Janneke-verhaal voorlezen waarin een neger een hoofdrol speelt, gaat
ietwat voorbij aan het fatsoenlijke omdat je clichés gebruikt die je
eerder bevestigt dan weerlegt. Op die momenten is dit duo dan ook op
zijn slechtst.
Maar deze dissonant ten spijt, is de voorstelling een heerlijke manier
om te ontspannen. Geen moeilijke gedoe, geen denkwijzen die je
prikkelen, maar gewoon lachen omdat die lachspieren er nu eenmaal toch
zitten.
Ernesto en Marcellino zijn erg leuk in hun eenvoud en ze zijn eenvoudig
in hun leukheid. Koesteren deze twee mannen. En dan krijg je gratis
Wilfried er nog bij ook. |
| |
Plaats: De Harmonie, Leeuwarden
Voorstelling: 'Ga d'r zelf maar eens staan' van Ernesto, Marcellino en
Wilfried Finkers. Tekst en spel: Ernest Beuving, Marcellino Bogers en
Wilfned Finkers
Belangstelling: uitverkocht
Nog te zien: vanavond in De Harmonie (uitverkocht)
LEEUWARDEN - Met hun vorige programma 'Nat', waaraan voor het eerst
Wilfried Finkers meewerkte, werd het al duidelijk. Maar na 'Ga d'r zelf
maar eens staan' is er geen twijfel meer mogelijk, Ernest Beuving en
Marcellino Bogers zijn met Wilfried in het gat in de markt gesprongen
dat Herman Finkers een aantal jaren geleden om gezondheidsredenen moest
laten vallen.
De visuele grappen, het verkeerd hanteren van begrippen, de
woordspelingen komen uit de koker van Wilfried, die altijd al een
belangrijk aandeel in de programma's van zijn broer had. Met hem is er
naast Marcellino een schlemiel bijgekomen, op wie Ernesto zijn
zogenaamde superioriteit kan uitleven.
Ernesto zorgt met een wat magere conference ervoor dat de kop van hun
voorstelling eraf gaat, en niet alleen figuurlijk. Vanaf dat moment gaan
de remmen los, te beginnen met een verhandeling over de geneugten van de
Biostabiel, waarbij Marcellino zoals gebruikelijk het slachtoffer is. In
het vervolg grijpen Beuving en Bogers geregeld terug op bewezen
successen uit vorige programma's. We gaan weer naar Sesamstraat, maar nu
met Supergrover en Kermit. Beuving kruipt opnieuw in de rol van Marten
Simek en imiteert tegelijk meesterlijk een hele serie van diens gasten,
onder wie een opmerkelijk hoog percentage overledenen. Het literaire
hoogtepunt van de avond zijn de onvermijdelijke erotische gedichten.
Maar ook om de nieuwe sketches valt veel te lachen. Met Finkers als een
wonderlijke pianist, met Marcellino die wil oefenen voor het aanstaande
EHBO-examen, met een verhaal rond Jip en Janneke en de inte-gratieneger.
En Beuving laat in een paar liedjes weer horen over welk een
voortreffelijke stem hij beschikt.
De teksten zijn daarbij van minder belang, want als hij zingt gebeurt er
altijd wel iets wat de aandacht afleidt. Met als uitschieter zijn
voortreffelijke versie van 'Don't you forget about me' van Brian Ferry,
terwijl om hem heen de twee anderen als Don Quichotte en Sancho Panza
elkaar te lijf gaan.
Het publiek - op de eerste rij (en) - speelt ook deze keer een
belangrijke rol. En de vaste afsluiter, het crowdsurfen, ontbreekt
evenmin. Vernieuwend is het dus allemaal niet, maar leuk (meestal) wel.
De drie weten precies wat hun sterke punten zijn en die buiten ze
geroutineerd uit.
WIM VERVOORT - Leeuwarder Courant 22 april 2005 |
| |
Wel succes, maar geen roem
door MILCO AARTS in De Telegraaf, zaterdag 26 maart 2005
Ooit kwamen drie wijze
mannen uit het Oosten. Nu komt het cabaretduo Ernesto & Marcellino met
Wilfried Finkers - u weet wel, de broer van Herman -daarvandaan. Ze
combineren onderbroeken-lol met persiflages, slapstick met melancholie.
Eigenlijk jagen ze met alles wat ze hebben op de schaterlach. De
doorbraak komt eraan, al twaalf jaar overigens, leder seizoen honderd
volle zalen met enthousiast publiek, meer dan menig bekend cabaretier.
Maar geen hond die hun naam kent. Toch zitten ze er niet mee. „We hebben
alle reden gehad om aan onszelf te twijfelen, we zijn alleen nooit op
het idee gekomen." Portret van drie humorjunks in de wachtkamer voor
eeuwige roem...
IJMUIDEN, zaterdag
Ernesto hangt boven een man die op de eerste rij van een uitverkochte
theaterzaal in Purmerend zit en zwaait met een ketting boven diens
hoofd. Zegt dan: „Jos, mijn Biostabiel zegt mij dat je vrij egoïstisch
bent. Maar je moet niet de hele tijd aan jezelf denken, man. Denk ook
eens aan iets leuks!"
Ernesto, andere avond, andere uitverkochte zaal, tegen een blonde vrouw
op de eerste rij: „Ik las laatst dat Kelly een IQ-test had verloren bij
BNN, dat vond ik toch wel interessant. En dat is natuurlijk toch ook
goed nieuws voor u. Waarom? Het is toch fijn om te weten dat het domste
blondje van Nederland eigenlijk een man is... " Hoofdschuddend tegen het
publiek: „Ik geloof niet dat ze het begrijpt..."
Deze week heten ze Jos en Ingrid, Stan en Krista. Ze hebben een ding
gemeen: ze zullen allemaal nog wel eens terugdenken aan het moment dat
ze, heel argeloos, hun kaartje voor de eerste rij kochten. Dat zijn
kwetsbare plaatsen. Je maakt kans dat je de show wordt ingezogen. En
niemand is bestand tegen Ernesto. Een mond als een mitrailleur en altijd
een voltreffer op het juiste moment.
Maar het publiek is nooit het grootste slachtoffer, dat is Marcellino;
een loser van het zuiverste water. Gebogen schouders boven een log
lichaam, een zware bril en een grijns waarmee hij elk vonkje dat zou
kunnen lijken op intelligentie vakkundig dooft. Hij krijgt alles op zijn
dak, drinkt het speeksel van Ernesto, en ondergaat klysmabaden op het
podium, bezorgd maar chronisch optimistisch.
Volgens de regionale pers zijn Ernesto & Marcellino met Wilfried Finkers
geniaal. Is Marcellino slapstick, een clown zonder weerga, heeft Ernesto
een prachtige zangstem en waanzinnige imitaties in huis en is Wilfried
nog even leuk als in de tijd dat hij met broer Herman Finkers toerde. De
shows worden de hemel in geprezen: Engelse humor, Tommy Cooper, beetje
de Dikke en de Dunne. En, zo schreef Eindhovens Dagblad: „Het is een
gruwelijk grappig stel mafkezen. Ze zijn onweerstaanbaar lollig en hun
succes is groot."
Dat laatste valt nog te bezien. De landelijke pers haalden ze nooit, of
het moet in 1993 geweest zijn toen ze het bekende Cameretten-festival
wonnen. Een grote toekomst lag open en dat ligt zij twaalf jaar later
nog. Lichtelijk bezorgd vraagt Marcellino naar namen van recensenten en
manieren om ze binnen te krijgen. Vandaag, zaterdag, is de première van
hun vijfde show. „En die première hebben we alleen ingevoerd omdat jij
dat een goed idee vond", zegt Bogers klagerig tegen uw verslaggever om
met heimwee in zijn stem te vervolgen: „Vroeger begonnen we gewoon."
Hij is het ideale slachtoffer. „Ik breng geen grap, ik ben de grap",
zegt hij in de foyer van een theater in Purmerend. „Ook al ben je nog zo
depressief en is je zelfvertrouwen volkomen zoek, sta naast mij en je
voelt je direct een stuk beter." Ontspannen leunt hij achterover in zijn
stoel. Het optreden begint over een uur en de eerste gasten druppelen al
binnen. We nemen zijn persoonlijke geschiedenis door en hij zegt: „In
het echt ben ik ook begonnen als slachtoffer. Als je zo veel ellende
hebt meegemaakt, dan kom je automatisch wel in het spoor van de humor
terecht."
Welpen
Hij somt op: „Moeder dood toen ik negen was, het gezin knalde uit elkaar
en samen met mijn broertje van vier kwam ik in kindertehuizen terecht.
Bij de Welpen mocht ik niet promoveren omdat ik dyslectisch ben. Ik kon
de digitale wijzers van de klok niet lezen en dus werd het niks. Toen
mijn vader weer trouwde, werd ik in elkaar geslagen door halfbroers,
want ik was niet zo sterk. Maar op een bepaald moment ontdekte ik dat
humor een wapen is, je kon er op een leuke manier iemand voor lul mee
zetten, liefst met veel mensen erbij, dat gaf me een heel krachtig
gevoel. En daarbij: iemand die lacht, slaat je niet."
Op z'n zestiende was hij het huis uit. En met zeventien jaar en zeven
maanden werkte hij in een verpleegtehuis. „Ik kwam bij stervende mensen
terecht en dat was heel zwaar. Ik was nog een jochie, maar kreeg zo veel
ellende over me uitgestort. Ik stond aan het bed van een stervende vrouw
en de avondzuster zei dat ze ook zou blijven, maar zoefff, ineens was ze
weg en stond ik daar met stervende vrouw. Ik wist echt niet wat ik ermee
aan moest, ik vroeg haar: 'Wat moet ik nou doen?' Toen zei ze: 'Bid maar
een weesgegroetje.' Het kwam erop neer dat zij mij stervensbegeleiding
gaf. Ik ging naar huis en dacht: ik ga daar weg, dat hou ik niet vol.
Maar de volgende dag stond ik er toch weer. Ik moest een man wassen die
nogal chagrijnig was. Zo, zei ik, u bent zeker met het verkeerde been
uit bed gestapt en trok het deken weg. Toen wist ik direct weer: shit,
dit is de man bij wie een been is geamputeerd. Ik schaamde me rot, maar
die vent begon onbedaarlijk te lachen. Ineens hoorde ik de klik en
begreep ik dat je humor moet gebruiken om te overleven. Vanaf toen deed
ik dat ook. Op een nacht dat er drie mensen stierven, organiseerde ik
een rolstoelrace voor het personeel. Het gaf dan wel overlast, maar het
doorbrak de spanning. Of ik snorde ergens een geraamte op wielen op en
trok die 's nachts aan een touw door de gang om de verpleegsters te
laten schrikken."
Wees blij met jezelf, dan is er tenminste nog iemand blij met jou, was
het motto van hun vorige show NAT. Dit keer is het: er is zo veel
ellende op de wereld, daar kunnen wij ook nog wel bij. De humor van
Ernesto & Marcellino vertrekt steevast vanuit de underdogpositie. In een
IJmuidens restaurant met uitzicht op zee zegt Ernest Beuving: „Op toneel
zijn we natuurlijk een stel absolute losers. Ik heb dan nog wel een
grote bek, en ik denk dat ik heel wat ben, maar dat komt alleen doordat
ik naast Marcellino sta. Onze humor is er niet op gericht om anderen af
te maken, we maken onszelf wel af."
Loser
Maar een loser kun je hem echt niet noemen. Daar is hij te snel en te
spitsvondig voor. „Er borrelen inderdaad heel snel dingen bij me op",
zegt hij boven een kop earl grey. „We hebben wel eens opgetreden in
tbs-klinieken en daar voel je boven op de gewone spanning nog een extra
lading waar je zo snel mogelijk doorheen moet zien te breken. Dan kom ik
op en zeg: 'Het is heerlijk voor ons om hier vanavond te mogen optreden.
Het is voor ons ook fijn om te weten dat het publiek vanavond niet wég
kan. En trouwens, de directeur is erg enthousiast over onze show. Ik
denk dat we over vijf jaar nog eens mogen komen. Dan hoop ik ook dat
jullie hier allemaal nog zijn.'Die opmerkingen breken de spanning, er
wordt gelachen en de lach is toch de mooiste vorm van vluchtig contact
die je met mensen kunt hebben. Ik was vroeger vaak ziek en ook verlegen.
Humor was natuurlijk een prachtig middel om je staande te houden als je
geen macho bent."
De avond in Purmerend is een groot succes. Het publiek eet uit hun hand.
Maar de avond daarop in Umuiden moet er gekluund worden. De zaal is
afwachtend en dat vreet aan de concentratie van het driekoppige duo.
Dingen gaan mis, de presentatie hapert af en toe, maar de inhoud redt
ze: de melancholische liedjes van Ernesto, die steevast worden verpest
door Marcellino, vallen in de smaak, net als zijn rake imitaties van
Martin Simek, Pim Fortuyn, Ruud Lubbers, Bert en Ernie, Erik Hulzebosch,
prins Bernhard en vele anderen.
Ook Wilfried Finkers' bijdrage komt door technische onvolkomenheden niet
helemaal uit de verf. Na afloop op het podium kijkt Finkers de lege zaal
in, wrijft over zijn kin en zegt: „Dat heb je soms. We zijn hard
gegroeid de laatste tijd. Vorig jaar speelden we hier nog voor 150 man,
nu zijn het er zeshonderd. Ze kennen je niet en kijken de kat uit de
boom, maar de volgende keer dat we hier spelen, is het een
thuiswedstrijd."
Feit is wel dat Wilfried Finkers het duo op sleeptouw neemt naar
bekendheid. In de dertien jaar dat hij met broer Herman Finkers toerde,
bouwde hij een behoorlijke naamsbekendheid op als broer van. „Natuurlijk
is dat zo", zegt hij, „maar in het begin liep Herman ook tegen dezelfde
problemen aan. Ik weet nog goed dat hij voor het eerst in Amsterdam
speelde, de dag daarop schreef een recensent: 'Wat moet die jongen hier:
laat hem alsjeblieft op bruiloften en partijen blijven. Een jaar later
was Herman doorgebroken en schreef die krant ineens hoe verfrissend en
leuk hij wel niet was."
Het is elf uur in de avond en Wilfried Finkers haalt zijn schouders op.
Bekend of niet, hij voelt zich thuis bij het duo. „En het maakt me niet
uit of we heel erg succesvol zijn. Ik vind het nu ook leuk. We doen
alles, dan weer een zaal met duizend man, dan weer een buurthuis voor
150 mensen. Ik vind de romantiek van het toeren leuk, dat miste ik toen
Herman ziek werd en moest stoppen. Twee jaar geleden ben ik naar hun
show gegaan en heb me na afloop direct aangeboden. Een week later zaten
we samen nieuwe dingen te bedenken en ik voel me er prima bij. Weet je
wat het is: toen ik onder moeders veren vandaan kwam, wilde ik van het
leven een grote vakantie maken. En beroemd of niet, dat lukt nu aardig." |
| |
| Nicolet
Steemers in De Twentsche Courant Tubantia, 16 december 2004
Twee zwarte handstoffers,
een half versleten dweil, een halsdoek en een ziekenfondsbrilletje. Meer
had Ernesto gisteravond niet nodig om een kleurrijk gezelschap aan het
woord te laten.
Moeiteloos schakelde de komiek met het meervoudige persoonlijkheids
syndroom over van Martin Simek naar Prins Bernhard en van Chriet
Titulaer naar Ruud Lubbers. Het geheel werd gelardeerd met
verontwaardigd gekrakeel van de journalist Willem Oltmans, die de
conversatie opluisterde met zijn gebruikelijke complottheorieën. Om Pim
Fortuyn tot leven te wekken was slechts een badmuts nodig.
Dat één man zoveel stemmen in huis heeft, dwingt al respect af, en als
hij daarbij zijn personages ook nog sterke teksten in de mond legt, kan
het helemaal niet meer kapot. 'Roet Loebers' vatte Simek het gesprek
samen, 'ik wist dat je met vluchte-lingen werkte, maar dat ze allemaal
uit je eigen kantoor kwamen, daarvan had ik geen idee'.
De eerste show die ik van Ernesto&Marcellino zag, had als motto: 'Het
leven is een kwestie van geven en genomen worden'. Een gedenkwaardige
voorstelling, die voor ouderwetse kramp in de kaken zorgde van het
lachen. Het duo wisselt absurde acts en visuele grappen af met liedjes
die verbazingwekkend goed klinken, hetgeen hen er niet van weerhoudt om
intussen op de achtergrond een veredeld stripverhaal uit te beelden. De
zelfspot die daarbij aan de dag gelegd wordt is een verademing
vergeleken bij al die cabaretiers die alleen anderen in de maling nemen.
Hoewel Marcellino als aangever het mikpunt is, spaart Ernesto ook
zichzelf niet. In 'Ga d'r zelf maar eens staan' zet hij zichzelf in een
zuurstokroze condoom als een vleesgeworden Erik Hulzebos op het podium’
(…) 'Ga d'r zelf maar eens staan' is een weergaloze voorstelling, waarin
ook deze keer de erotische gedichten niet ontbreken, Jip en Janneke een
integratieneger ontmoeten en Marcellino alweer wint met crowdsurfen. |
|